VOOR JONGE GELOOVIGEN.
Er zijn in onze taal van die korte woorden, die zoo
veelzeggend zijn.
Tot deze behoort ook het woordje "neen." Vier letters maar; tweemaal
twee dezelfde; kan het eenvoudiger? En toch, wat een ootmoed, kracht en
zelfverloochening kan er in het hart gevonden worden, eer dit woord van de
lippen komt.
Johannes de Dooper heeft het gebruikt, toen zij hem vroegen: "Zijt gij de profeet?" Te voren, toen zij hem gevraagd hadden, of hij Elia of een ander was, had hij geantwoord: "Ik ben die niet." Maar toen zij meenden, hem te moeten houden voor den Messias, schudde hij als 't ware met verontwaardiging het hoofd en sprak hij met kracht zijn "neen" uit.
Zeker, Johannes was een profeet, en een groot profeet Maar hij was niet de profeet. De Profeet, van Wien Mozes had gesproken. De Messias, de Christus Gods. Toen men hem dáárvoor wilde houden, riep hij kort en scherp: "Neen!" Hij redeneerde niet, hij sneed alle verdere bespreking af, en er is geen twijfel aan, of deze wijze van doen heeft Johannes bewaard voor een wereld vol moeite met de lastige Farizeën.
"Neen" te zeggen te rechter tijd is niet zoo gemakkelijk. "Neen," wanneer men ons voor meer wil houden, dan wij zijn. "Neen," wanneer men Gods Woord verdraait, zooals de Satan bij Eva deed, en we tot hoogmoed worden geprikkeld. "Neen," wanneer de verzoeker komt, zooals bij een Jozef.
We zijn zoo geneigd te twijfelen, de dingen te willen bespreken, een weinig in te willen gaan op de overleggingen, maar wat ons alleen kan redden, wanneer de verzoekingen van verschillenden aard tot ons komen, is een beslist "Neen." Salomo heeft gezegd: "Mijn zoon, indien zondaars u aanlokken, bewillig niet." We zouden het kunnen veranderen in: "Zeg neen!"
Laat toch elke jonge lezer of lezeres dezer regelen geen
oogenblik aarzelen om neen te zeggen, als het geweten of Gods Woord zoo
duidelijk waarschuwt.
"Neen," als ons iets verboden is, ook al zouden we zelf geen bezwaar
hebben en anderen ons uitlachen of laf noemen.
"Neen," als de verzoeker ons aanlokt om tot eigen bevoordeeling minder
goede dingen te doen, minder nobele handelingen te verrichten.
"Neen," wanneer de verleider zegt: "Doe het maar gerust, want
niemand weet er van."
"Neen," wanneer anderen u willen meenemen, maar Gods stem u zegt, dat
het schade zal doen aan uw ziel.
"Neen," wanneer men kwaad spreekt van anderen, u het vertrouwen in
anderen wil ontnemen, u wil doen twijfelen aan de zekerheid van de woorden Gods.
In één woord: "Durf neen te zeggen - neen! Dat bondig woord vol
mannenmoed, tot iedereen!"
Alleen: zeg het niet met een hoog hart; zeg het beleefd, als eens een Daniël en zijn vrienden; zeg het met uw hart. En anderen zullen gevoelen, dat gij om Gods wil niet anders kunt en wilt, en zij zullen eerbied hebben voor uw overtuiging.