TWEE SCHENKELS EN EEN STUKJE VAN EEN OOR

Amos 3 : 12

De leeuw heeft gebrúld - wéé de prooi!
De Profeet spreekt van "groote beroerten" en "verdrukking". "De vijand! En dat rondom het land!" roept hij uit. Hij ziet reeds de uitgeplunderde paleizen, de nedergestooten burchten!

En nu denkt de voormalige veehoeder aan wat hij vaak gezien heeft: de leeuw heeft de kudde beslopen; het is hem gelukt, een schaap weg te sleepen; hij verscheurt het voor de oogen van den herder die snel toeliep, om nog te redden wat te redden zou zijn! Maar ach arme! Hoogstens rukt hij twee schenkels of een stukje van een oor uit den muil van den roover - meer blijft er niet over!

Zóó nu zou het gaan, als Israël in de handen van den vijand zou vallen.

"Hoort en betuigt in het huis van Jakob, spreekt de Heer, de God der heirscharen … Ik zal bezoeking doen … Ik zal slaan het winterhuis en het zomerhuis. De elpenbeenen huizen zullen vergaan. Zóó zou het zijn, indien zij niet hoorden. "O, dat Israël, Mijn volk, naar Mijn stem hoorde!"

Zóó is het ook nu, voor wie niet luisteren wil naar de stem des Heeren; voor wie de genade-boodschap verwerpt.

J. T.