Wat ziet gij, Amos? "Een paslood" antwoordt de
Profeet.
"Zie, Ik zal het paslood stellen in het midden van Mijn volk. - Ik zal
tegen Jerobeams huis opstaan met het zwaard."
Het beeld van het paslood is eenvoudig: het paslood wijst de afwijking aan, het
bewijst, dat de opgetrokken muur uit het lood is gezakt, en er maar één ding
geschieden kan. De muur moet afgebroken en opnieuw gebouwd worden!
Het oordeel zou Israël treffen; het Koninklijk Huis van Jehu
zou worden getroffen. Onder Hosea - den 5den koning ná Zacharia, den zoon van
Jerobeam II - is dit oordeel op Israël gevallen ruim een-en-veertig jaar na
Jerobeams dood. Samaria is drie jaar belegerd geworden en de tien stammen zijn
door den koning van Assyrië weggevoerd. (1 Kon. 17 : 6.) De reden wordt er
dadelijk bij vermeld: de kinderen Israëls hadden geleefd als de heidenen en hun
ongerechtigheden hadden ze ook nog bemanteld. God was op allerlei wijze onteerd!
De wegvoering in gevangenschap geschiedde in het negende jaar van Hosea, d.i. in
722 vóór Christus.
Er gaat een geweldige sprake van het paslood uit. Als God het paslood stelt in ons midden, in het midden van ónze familie, van óns gezin, van óns persoonlijk leven, wat zal het aanwijzen?
J. T.
![]() |