|
Hoe groot zijn Uwe werken, o Here! Gij
hebt ze alle met wijsheid gemaakt, het aardrijk is vol van Uwe goederen. |
Men kan op verschillende wijzen de wonderen en tekenen
bestuderen. De rationalist betwist ze, en tracht wonderen weg te redeneren. De
apologeet (verdediger van het Christendom) verdedigt ze en tracht ze te
bewijzen.
De gelovige bestudeert ze, opdat hij ze beter lere kennen.
De vereerder bestudeert en overdenkt ze, opdat hij erdoor tot aanbidding moge
komen.
Vele schrijvers zien éérst op de wonderen, en dan maken zij
zich aan de hand van eigen mening verschillende voorstellingen van God.
Veel moeilijkheden zullen echter verdwijnen, als we deze volgorde omkeren, en
eerst onderzoeken wat God in Zijn Woord geopenbaard heeft over Zichzelf, en dan,
in het licht van deze openbaring, de wonderen onderzoeken.
Wat is een wonder?
Een bovenmenselijke handeling.
Nu en dan voorkomende zichtbare handelingen van kracht, boven het menselijk kunnen, of een aanvulling van het menselijk vermogen, soms door menselijke bemiddeling tot stand gebracht.
Iets dat wij niet begrijpen, omdat het onze bevatting te
boven gaat, en dat ligt boven het gebied der natuurwetten, voorzover deze door
mensen zijn vastgesteld.
Als wij deze verklaringen willen aannemen, zullen we gaarne toegeven dat wij de
wetten moeten kennen, waarop de uitzonderingen schijnen gemaakt te worden,
willen we deze ongewone gebeurtenissen kunnen verstaan.
Zou iemand een boek willen schrijven over de uitzonderingen op de regels van de
Nederlandse grammatica, dan zal hij ondervinden dat dit ondoenlijk is, zonder te
verwijzen naar de regels zelf. Als wij beweren dat de wonderen afwijkingen zijn
van bekende natuurwetten, moeten wij eerst iets verstaan van deze wetten.
Sommigen beschrijven een wonder als iets bovennatuurlijks, maar dit is geen
verklaring, want iedere natuurwet is in zekere zin bovennatuurlijk. Als we
zeggen dat een wonder iets is boven het menselijk kunnen, dan moeten we zeggen:
de mens kan niets doen, dan wat God hem veroorlooft, en waartoe God hem in staat
stelt. Hij kan geen enkele natuurwet in beweging zetten, noch een van deze
wetten veranderen of matigen.
Voordat wij de wonderen willen bestuderen, zal het daarom
goed zijn te onderzoeken wat ons in de Bijbel geopenbaard is betreffende de
oorsprong van wat wij noemen "natuurwetten". Als we deze grondslag
gelegd hebben, kunnen wij de wonderen rangschikken, zoals zij schijnen te
behoren in de verschillende gebieden, waarin deze wetten van kracht zijn.
Het is in menig geval bijna onmogelijk een grens te trekken tussen het
natuurlijke en het bovennatuurlijke, het gewone en het buitengewone, het wonder
en de handhaving van natuurwetten.
De wetten die de gebeurtenissen van iedere dag leiden, zijn in zichzelf
getuigenissen van Gods bekwaamheid en wijsheid, en die handelingen, die als
wonderen worden beschouwd, zijn in de meeste gevallen tot stand gebracht door de
bekrachtiging van deze zelfde wetten, in zeer opvallende wijze, of doordat zij
worden versneld of teniet gedaan door grotere krachten. De Bijbel bewijst dat
God de mate bepaalt, en dat de wetgever de bestuurder is van zijn eigen wetten.
Bijvoorbeeld: een regenbui is een zeer gewoon verschijnsel: maar de Bijbel
onderwijst ons dat zelfs de regen zo geheel en al onder Gods controle staat, dat
Hij hem zendt, wanneer en waar Hij wil.
Evenzo leert ons de Bijbel dat Hij de bliksem en de donder
bestuurt. God, als de waarachtige gebieder van de stormen, waarmede wij
vertrouwd zijn, die zelfs tot op zekere hoogte voorspeld kunnen worden, en die
aan natuurlijke oorzaken worden toegeschreven, is Dezelfde, die de krachten
welke de plagen in Egypte veroorzaakten, onder controle had.
De zevende plaag - de meest verschrikkelijke donder - hagel - en vuurplaag, die
ooit in Egypte geweest is, was een wonderlijke vertoning van Gods grootheid en
macht. Zij was ongemeen in hevigheid, zij was volkomen plaatselijk, want in het
land Gosen was er niets aan de hand; zij was stipt in haar aanvang en einde.
Na één van de plagen zeiden de tovenaars tot Farao: "dit is Gods
vinger." De Bijbel onderwijst ons te letten op de handelingen van Gods
vinger (Ex. 31:18, Deut. 9:10, Psalm 8:4, Daniël 5:5, Lukas 11:20, enz.).
De wonderen zijn slechts diepere afdrukken van die vinger, waarop zelfs zij, die
God niet kennen, verplicht zijn acht te slaan, zoals in Egypte. Maar Gods eigen
volk mag zich verheugen in het stempel van Gods vinger, zowel in de kleinere
gebeurtenissen van het leven, als in de werken der natuur. Als men dit heeft
leren opmerken, zal men vermoedelijk niet verzuimen de zachte aanraking van zijn
hand te voelen.
Men zegt dat de tekeningen van de menselijke vingerafdrukken zó verschillend zijn, dat er geen twee precies gelijk zijn; hoeveel moet dan wel de Goddelijke verschillen van de menselijke. Om de grotere manifestaties van het werk Gods te verstaan, moeten wij trachten iets te verstaan van de zgn. kleinere. Het is niet gemakkelijk te zeggen wat de grotere dingen zijn, want de regelmatige herhaling van de dagelijkse gebeurtenissen maken, dat ze van minder belang schijnen.
De studie van de wonderen is een belangrijk onderwerp, daar wij door de Bijbel Gods directe tussenkomst ontdekken in zijn gehele wereld. En als we alles gezien hebben wat we kunnen zien, als we door de microscoop en de telescoop de kleinste en de grootste van zijn werken aanschouwd hebben, kunnen we nog maar zeggen met Job: "ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen: en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord" (Job 26 : 14).
De openbaringen van Gods kracht die in de Bijbel opgetekend
staan, zijn te verdelen in twee klassen, n.l. die waarin God alleen werkt, zoals
Hijzelf zegt als Hij zijn scheppingswerk heeft volbracht: "Ik ben de Here,
die alles doe, die de Hemel uitbreid, Ik alleen, en die de aarde uitspan door
Mijzelven" (Jes. 44 : 24), en die waarin Hij werkt door middel van
zichtbaar handelende personen.
Als wij de wonderen van God willen verstaan, moeten wij de God van de wonderen
leren kennen. Dit is het hoogste doel van alle studie; als dit niet het
resultaat is, zullen we de wonderen tevergeefs onderzocht hebben. Er is zeker
een progressie in een eerbiedig beschouwen van zijn handelingen. "God
maakte Zijn daden bekend aan de kinderen Israëls", zij zagen zijn
wonderen, maar: "Hij maakte Zijn wegen bekend aan Mozes" ' (Ps.
103:7). Mozes was niet tevreden met het kennen van Gods daden, zelfs niet met
Zijn wegen. Hij riep uit: "zo laat mij nu Uw weg weten, en ik zal U
kennen" (Ex. 33:13). Dit was de wens van twee van de grootste
bijbelhelden, want Paulus begeerde hetzelfde. "Opdat ik Hem kenne" (Fil.
3:10). Wij mogen er zeker van zijn dat dit het hoogste streven is, want God
zegt: "Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, … maar die zich
beroemt, beroeme zich hierin dat hij verstaat en Mij kent" (Jer. 9:23 en
24).
Door het bestuderen van de Bijbel leren we God kennen, en sinds de God van de
natuur de God van de Bijbel is, zullen we ervaren, dat wonderen minder moeilijk
te geloven zijn, naarmate wij Hem beter leren kennen.
Sommige rationalisten ontkennen de mogelijkheid van wonderen,
anderen ontkennen hun geloofwaardigheid; maar als wij aannemen wat de Bijbel
verklaart over de verbinding die God had en heeft met Zijn heelal, wat
wij mogen noemen de dagelijkse gebeurtenissen der natuur, zullen de wonderen ons
niet onmogelijk schijnen.
Voor God is het heel gemakkelijk om ze te doen, voor ons is het heel gemakkelijk
om erin te geloven.
Onkunde betreffende God maakt het geloof onmogelijk; kennis van God maakt het ongeloof onmogelijk.
Onbekendheid van Hem maakt wonderen ongelooflijk; kennis van
Hem maakt ze eenvoudig.
Waar onwetendheid komt tot haarkloverijen, triumfeert het geloof en zegt:
"Want Gij hebt mij verblijd, Here, met Uwe daden; ik zal juichen om de
werken Uwer handen" (Ps. 92 : 5).
Men heeft dikwijls beweerd dat de Bijbel geen wetenschappelijk boek is, maar er is meer ware wetenschap in te vinden dan meestal wordt verondersteld, en het is zeker dat de Bijbel de sleutel bevat voor alle wetenschap, wat de Godsopenbaring betreft. God behoeft niet door openbaring bekend te maken, wat ontdekt kan worden door onderzoek.
B.L.