En lost zich 't raadsel hier niet op
der tranen, die gij hebt geweend -
In 't land vol eeuw'gen zonneschijn,
dáár ziet gij, hoe God 't heeft gemeend.
Ja, menig hier verbroken band,
wat hier zich scheidde, is daar vereend.
En wat geen menschenhart verstond -
't wordt dáár gezien, hoe 't was gemeend.
O mor dan niet, houd 't vragen in,
wees aan uw wil en wensch gespeend.
God kent den weg en kent het doel,
Eens ziet gij, hoe Hij 't heeft gemeend.
| Vorig gedicht |